Uitspraak Raad van State d.d. 11 maart 2026 inzake de voorwaarden van een B&B-vergunning.

We hebben na bijna 3,5 jaar wachten en 6 jaar procederen een zeer teleurstellende uitspraak (zie hieronder) ontvangen. Wij vinden de redenering van de Afdeling op meerdere punten moeilijk te volgen.

In de eerste plaats zegt de Afdeling zelf dat de vraag of B&B-exploitatie daadwerkelijk een negatieve invloed heeft op de leefbaarheid en de woonruimtevoorraad geen politiek-bestuurlijke keuze is en daarom niet terughoudend moet worden getoetst. Juist daarom zou je verwachten dat de Afdeling echt zichtbaar en inhoudelijk ingaat op de stukken die zijn overgelegd. Dat gebeurt niet. Er is veel aangevoerd over het ontbreken van concrete overlast en over het feit dat B&B’s de woonruimtevoorraad niet aantasten, maar de Afdeling zet daar algemene stellingen van de gemeente tegenover en neemt die in feite over zonder dat duidelijk wordt waarom de tegenargumenten niet overtuigen.

Daarmee hangt samen dat de Afdeling wel zegt dat intensief moet worden getoetst, maar in de uitwerking eigenlijk vooral lijkt te toetsen of de gemeente een redenering heeft opgeschreven. Dat is iets anders dan een echte indringende toets van de vraag of die redenering ook feitelijk voldoende is onderbouwd. In gewone woorden: de Afdeling kondigt een strenge toets aan, maar past die vervolgens niet toe.

Verder is ook de redenering over de schaarste niet goed te volgen. De Afdeling zegt dat een beperking van het aantal vergunningen gerechtvaardigd kan zijn vanwege de bescherming van de leefbaarheid en de woonruimtevoorraad. Als een vergunning schaars is, mag hij slechts van beperkte duur zijn. Maar die schaarste ontstaat juist door de quota. Dan ligt het voor de hand dat ook die quota zelf inhoudelijk worden getoetst: waarom juist deze aantallen, waarom per wijk, en waarop is dat precies gebaseerd? In plaats daarvan zegt de Afdeling dat zij die quota niet inhoudelijk bespreekt, omdat deze exploitanten allemaal al een vergunning hebben gekregen. Daarmee wordt dus wel geoordeeld dat een schaars stelsel mag, maar niet echt getoetst of de concrete manier waarop de gemeente die schaarste heeft gecreëerd ook rechtmatig en evenredig is. Daarmee wordt in feite ook de beperkte duur van de vergunningen aanvaard zonder dat de onderliggende schaarste daadwerkelijk inhoudelijk wordt getoetst. Dat wringt.

Ook het punt over de wettelijke grondslag wordt ten onrechte terzijde geschoven. De Afdeling zegt eigenlijk dat niet duidelijk is welk verschil het maakt of de vergunningen zijn gebaseerd op artikel 21 Hw of op het regime van de Wet toeristische verhuur van woonruimte. Maar juist dat verschil kan wel degelijk van belang zijn. In de memorie van toelichting bij de Wet toeristische verhuur wordt immers benadrukt dat voor toeristische verhuur een apart instrumentarium is gemaakt en dat B&B niet zonder meer als woningonttrekking moet worden benaderd. Dan is het te kort door de bocht om te zeggen dat er geen aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de gekozen grondslag uitmaakt.

Daar komt bij dat de wetgever juist een meer getrapte beoordeling voor ogen heeft. Eerst moet worden vastgesteld of er daadwerkelijk een probleem is. Daarna moet worden gemotiveerd waarom een vergunningstelsel nodig is. En als vervolgens ook nog quota per wijk worden gehanteerd, moet ook afzonderlijk worden onderbouwd waarom juist die verdere beperking nodig is, en waarom dat per wijk verschilt. Die afzonderlijke stappen zie ik in de uitspraak onvoldoende terug.

Ten slotte sluit de uiteindelijke uitspraak naar onze indruk ook onvoldoende aan bij het verloop van de zitting. Juist gelet op hetgeen daar is besproken, had een meer concrete en kenbare bespreking van de aangevoerde bezwaren voor de hand gelegen. Ook om die reden komt de motivering van de uitspraak voor ons weinig overtuigend over.

Per saldo blijft bij het gevoel hangen dat de Afdeling het gemeentelijke beleid accepteert, zonder juiste onderbouwing maar op beslissende punten niet laat zien waarom de feitelijke en juridische bezwaren van appellanten niet slagen. Met name waar zij zelf zegt dat geen terughoudende toets past, had een veel concretere en inzichtelijke motivering voor de hand gelegen.

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@156905/202204708-1-a2/

Telegraaf: Verkiezingsdebat Amsterdam Gastvrij

auteur Tanja Verkaik, foto Richard Mouw Gaat de stad ook dagjesmensen belasten? 'Klaar met de piemelpakken' PvdA en GL niet eens over i-criterium

Lees verder

Opinie van wethouder Zita Pels: ‘Wij zien de verhuurgegevens van Airbnb graag tegemoet’

De reactie van wethouder Zita Pels op het artikel van airbnb directeur Juliette Langlais

Lees verder

Opinie van Airbnb-directeur Langlais.

‘Amsterdam treft de verkeerde mensen met maatregelen’

Lees verder